Yod is de kleinste letter maar draagt de getalswaarde tien — tien Woorden op Sinaï (Ex 20), tien plagen, tien generaties. Jezus zegt: geen jota, geen tittel zal voorbijgaan (Mat 5:18) — en jota is de Griekse yod. De kleine yod draagt Gods hele wet.
De yod begint JHWH — het eerste teken van de onuitspreekbare Naam. Zij is het zaad waaruit al het andere groeit. De Zohar noemt haar de "nekuda" — het punt van waaruit de schepping explodeert. Tien sefirot in de Kabbala beginnen bij yod.
De beroemde jota van Mat 5:18 is yod. Christelijk lezen we hier dat elke kleinste letter van Gods wet vervulling vindt in Christus — niet één jota valt weg. BDB: yod is semi-vocaal j, klinkerletter voor î.
Paleo-yod 𐤉 is een gesloten hand: werk, daad, gereedschap. Benner: hand, work, throw. Dit beeld sluit aan bij uitdrukkingen als yad YHWH (de hand van de HEER). Pictografisch bruikbaar, maar ook "hand" in yad komt primair uit de wortel.
De kleinste letter draagt Gods Naam. Jezus gebruikt jod om te zeggen dat geen tittel van de wet voorbijgaat (Mat 5:18). Uw kleine daad van trouw telt. Het mosterdzaad. Het weduwepenninkje. Het ene glas koud water. Veracht de dag niet der kleine dingen (Zach 4:10).