De naam קוֹף (qof) betekent letterlijk "aap" — Salomo importeert apen en pauwen uit Tarsis (1 Kon 10:22, 2 Kron 9:21). Maar de letter opent het Bijbels centrale qadosh (heilig, apart gezet). Honderd: Abraham was honderd toen Izak geboren werd (Gen 21:5). Gij zult heilig zijn, want Ik ben heilig (Lev 11:44). De qof is de enige letter die onder de schrijflijn uitsteekt — zij daalt af, zoals heiligheid zich neerbuigt naar de mens. Andere qof-woorden: qol (stem, roep), qarov (nabijkomen), qeren (hoorn, kracht).
De rabbijnen onderscheiden de qof (heilig, uitverkoren) van de reish (gewoon, hoofd). De qof-steel die doorschiet naar beneden wordt gelezen als de heiligheid die in de aarde zakt — het Volk Israël in de ballingschap, dat blijft heilig wijdingsgewijs ook in vreemde grond.
De drievoudige heilig van Jesaja 6:3 en Openbaring 4:8 is de climax van qof. Christelijk: Jezus bidt Uw Naam worde geheiligd (Mat 6:9). BDB: qof als emphatisch velair, klankrijk in Aramese en Arabische verwante talen.
Paleo-qof 𐤒 wordt als zon-aan-horizon of naaldoog gelezen. Benner: circle, revolution, horizon, back of head. De koppeling aan kadosh is hier pictografisch zwak — de semantiek komt primair uit de wortel, niet uit het beeld.
Kadosh kadosh kadosh (Jes 6:3). Niet twee keer, drie keer — totale apartgezetheid. U hoeft zich niet heilig te máken; u hoeft alleen te laten dat Hij u heiligt. Gij zijt rein om het woord dat Ik tot u gesproken heb (Joh 15:3). Kom bij Hem met lege handen, niet met prestaties.