Gimel is drie: op de mond van twee of drie getuigen zal elke zaak vaststaan (Deut 19:15). De derde dag is de dag van opstanding (Hos 6:2, 1 Kor 15:4). De drievoudige zegen van Aäron (Num 6:24-26) beweegt van Zegenen, naar Genadig zijn, naar Vrede geven — een climax in gimel.
De Talmoed leest gimel naast dalet: gimel (gomel — die weldoet) rent achter de dalet (dal — de arme) aan om hem te helpen. De letter-vorm ג wordt uitgelegd als een rennende figuur die iets geeft. Het is het beeld van g'milut chasadim — daden van liefdevolle goedheid.
BDB ziet gimel primair als letter, weinig theologisch commentaar. Christelijk wordt het getal drie vroeg gelezen als echo van Vader, Zoon en Geest — aanwezig in drie mannen voor Abraham (Gen 18), drie verzoekingen (Mat 4), drie dagen in het graf.
De naam gimel klinkt als gamal (kameel). Paleo-gimel 𐤂 zou een kameelpoot of een wandelstok voorstellen: stappen, opheffen, reizen. Pictografisch koppelt Benner dit aan beweging en ondersteuning. Met voorbehoud te lezen.
De gimel rent. Niet u naar Hem — Hij naar u. De Herder laat de 99 achter en gaat achter het ene aan. Hij is niet wachtend op uw terugkeer; Hij is al onderweg. Toen zij nog ver weg was, zag zijn vader hem (Lk 15:20). Dat is gimel-liefde.